Pimpeltje


Hij leg in een hoekie, zou mijn vader zeggen. En inderdaad daar leg ‘ie. Want opeens lag ‘ie daar. Bij mij in de tuin, voor de deur. Ik had net een telefoongesprek afgerond en keek door de tuindeuren naar buiten en daar lag ‘ie dan. Met zijn pootjes omhoog. En met zijn snaveltje ook. Of haar snaveltje, dat kan ook, want ik zie het verschil niet bij deze soort. En hij/zij bewoog niet, ook niet nadat ik er nog met een stokkie tegenaan gepord had. Want soms – dat heb ik wel eens meegemaakt – leggen ze in shock. Dat ze, zeg maar, geschrokken zijn van de kat van de buren of zo. En dan vallen ze voor dood neer, maar dan niet echt.

Maar deze wel. Die was het wel. Doodgevallen dus. En nou lag ‘ie bij mij. In de tuin. Een pimpelmees. Het gekke is: je ziet ze altijd vliegen, maar je ziet ze nooit doodgaan. En ik woon nu toch al heel wat jaartjes hier in mijn straatje in mijn huisje met een tuintje. Met al die vogeltjes waar ik dan graag een stukkie over schrijf. Maar er eentje dood in mijn tuin zien liggen in plaats van zien vliegen, dat was mij nog niet overkomen. Ja, ik heb een kat die hier regelmatig de boel vogelonveilig komt maken al twee keer gezien met een jonge merel in zijn bek. Maar ja, zie maar eens een kat op topsnelheid en met een jonge merel in zijn bek te pakken te krijgen. Dat gaat mij mooi niet lukken. 

De pimpelmees bewoog nog steeds niet. Nou ben ik geen dierendokter, maar hiervoor kon ik met een gerust hart wel een doodverklaring voor ondertekenen. Alleen de doodsoorzaak, die regel op het formulier bleef dit keer leeg. “Natuurlijke dood”, zou ik maar van hebben gemaakt, want hij/zij lag er een beetje verfomfaaid bij dus ik denk dat ‘ie van ouderdom gestorven is. Ik constateerde geen uitwendige verwondingen, dus een misdrijf sloot ik uit. Ze kunnen wel 10 jaar worden, dus ik denk dat ‘ie dat wel geworden is. Al lees ik op internet dat ze gemiddeld maar een jaar worden, omdat ze worden opgevreten door een kat of door een roofvogel.  Dat is dan wel weer jammer. 

Zo’n beestje kan je trouwens niet laten liggen. Al is het alleen maar omdat ik de kat uit de buurt niet zo’n makkelijke prooi gun. Misschien is ‘ie wel bewust bij mij voor de deur dood gegaan. Zodat ‘ie wist dat ik ‘m zou zien en hij/zij niet als kattenvoer zou dienen. Gelukkig heb ik een scheppie. In een hoekie van de tuin heb ik een mooi grafje gedolven. Een pimpelmees weegt maar 15 gram, dus het was snel gemaakt. Voorzichtig heb ik Pimpeltje – zo noem ik ‘m maar – op het schepje waarmee ik zijn grafje had gedolven, gelegd en heb ik ‘m voorzichtig naar zijn laatste rustplaatsje gebracht. En toen ik toch bezig was, heb ik maar meteen een kruisje in elkaar gezet en het op het grafje in de aarde gestoken. En daar leg ‘ie dan. Als je een keer komt kijken, kan je het goed zien, daar in het hoekie van de tuin. Met een kaarsje erbij. Zielig hè? God hebbe zijn ziel. Ik weet het zeker: ik word nog eens een sentimentele ouwe gek.

Foto Sjoukje Bos op Unsplash 

Reacties

  1. Dat dacht ik wel dat jij een grafje met kruisje zou maken. Mooi gedaan

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Thuiswerken

Er zit een man in het portiek

Vakantie