De emballage-verzamelaar
Ik zie haar staan bij de emballageband. Nou ja, bij de emballageautomaat, want de band zie ik niet echt. Alleen het beginstukje zie ik, daar waar je je één voor één je lege flessen oplegt. De band begint te lopen, de automaat slikt de fles in. Daarna kun je er nog een fles op leggen, net zo lang dat je van al je lege flessen af bent. Naast het luikje zit een knop. Je kunt kiezen of je een bonnetje wilt of doneert aan een goed doel. Het bonnetje kun je scannen bij de kassa en dat scheelt dan weer op de rekening. Wie doneert is zijn of haar geld kwijt, maar krijgt er een goed gevoel voor terug.
Ik heb altijd een goed gevoel dus kies voor het bonnetje. Die buurtsuper van mij is duur genoeg. Toch ga ik niet naar een ander. Naast bij buurtsuper zit nóg een buurtsuper. Die is iets goedkoper, maar ik zie er zo tegenop om alle boodschappen opnieuw te moeten zoeken omdat alles in een ander gangpad staat, dat ik mijn buurtsuper trouw blijf. Ik weet er blindelings te weg te vinden en dat betekent dat ik er zo min mogelijk tijd hoef te spenderen want aan boodschappen doen heb ik een broertje dood.
Afijn.
Terwijl ik mijn bonnetje uit de emballageautomaat haal, zie ik links van mij een vrouw met een grote plastic boodschappentas van die andere buurtsuper waar ik dus niet kom. Ze staat te kijken naar de vuilnisbak die naast de lege-flessen-automaat staat. Ze licht het deksel op en loert naar beneden. Haar arm gebruikt ze als een hengel die ze rustig in de vuilnisbak laat zakken. Na drie seconden heeft ze beet. Ze haalt de arm op. Tussen haar duim en wijsvinger houdt ze een leeg flesje die vervolgens in de boodschappentas van de concurrent verdwijnt. Poging twee levert een leeg blikje van een bekend energiedrankje op. Ook die verdwijnt in de grote tas waar ze zelf ook in zou passen, vermoed ik. Ik sta erbij en kijk ernaar. Na vijf keer succesvol vissen schiet ik een vakkenvuller aan. Of ze een visvergunning heeft. En of dat niet gewoon stelen is. De vakkenvuller heeft geen idee en roept de eigenaar van de zaak erbij. De baas haalt zijn schouders op.
‘Dat zijn vermoedelijk flesjes die door onze emballageautomaat zijn geweigerd’,
verzucht hij. ‘En dan mikken de mensen ze weg’.
‘Weg?’, vraag ik. ‘Het is toch statiegeld?’
‘Waarschijnlijk verkopen we die flesjes niet. Ik bedoel: als ze vol zitten
natuurlijk haha.’
De baas vindt zichzelf heel grappig. ‘Of de streepjescode is eraf of beschadigd.
Geen idee.’
‘Dan ga je toch naar een andere buurtsuper’, opper ik.
‘Ja, dat kan, er zit nog een buurtsuper naast ons. Maar de meeste mensen zijn
er te lui voor.’
‘Deze mevrouw niet’, zeg ik.
‘Nee zij niet. Ze komt hier elke dag. We laten het maar zo. Ze zal het geld
hard nodig hebben.’
Ik loop naar de zelfscankassa en houd mijn eerste boodschap voor de scanner. Die zegt piep. Als ik na het afrekenen de buurtsuper verlaat en het plein op loop zie ik de vrouw met haar grote boodschappentas op een bankje voor de andere buurtsuper zitten. De tas is leeg. In haar linkerhand houdt ze stevig een halve liter huismerkbier vast. Ze zet het blik aan haar mond, neemt een slok en laat een boer.

Reacties
Een reactie posten