Vliegje
Het is zomer. Een zomer die straks de boeken ingaat als een van de warmste aller tijden want om de paar dagen vallen de mussen dood van het dak. Het kwik van de thermometer zit boven de dertig graden en wil er maar heel af en toe onder komen. Als een tijdelijk front Nederland passeert en de temperatuur daalt tot gruwelijke waarden – als ik de mensen mag geloven – van maar liefst 21 graden, hangt de garderobe op de zaak opeens vol met winterjassen. En er valt geen druppel.
Tijdens dergelijke warme zomermaanden verwacht je eigenlijk een huis vol insecten. Maar ook voor hen is het blijkbaar te warm. Ze hebben niet eens zin om te vliegen. Heel af en toe zweeft er een mug door de slaapkamer maar na twee keer wapperen met het dekbed – muggen houden niet van een goede wind – is het alweer gedaan met het gezoem.
Soms bromt er een hommel naar binnen of een gestoorde vlieg die gistermiddag de rust kwam verstoren. Blijkbaar was hij de weg kwijt, want het ging werkelijk alle kanten op. Mocht een vlieg of enig ander insect er voor kiezen om op de muur of zelfs het plafond te landen dan zie ik mijn kans schoon. Ik pak een bierglas – type Westmalle of La Trappe – zet het over het insect, schuif er een blaadje onder en loop de tuin in want de deuren staan al de hele dag open. Daar laat ik het insect los, want ik laat alles wat leeft leven.
Deze vlieg had daar geen zin in. Hij ging van links naar rechts en van boven naar beneden en maakte geen enkele aanstalten om ergens rustig te gaan zitten uitblazen. Toen het rond een uur of elf tijd werd om de tanden te poetsen en naar bed te gaan, vloog hij rond in de badkamer. Ik spoelde de tandpasta weg en sloot de badkamerdeur met daarachter de vlieg. Hij zou mijn nachtrust in ieder geval niet verstoren.
De volgende morgen werd ik wakker, stond op en begaf mij naar de badkamer om de smaak van de nacht uit mijn mond te spoelen met keukenzout, opgelost in een bodempje kraanwater. Naast de wastafel zat de vlieg op een tegel. Doodstil. En uitgeput van een nachtje gestoord vliegen in de badkamer.
Ik liep naar de keuken, opende de buffetkast, haalde er een bierglas uit – voor deze gelegenheid leek mij een type La Trappe wel geschikt, pakte een ongeopende blauwe envelop en slofte terug naar de badkamer. De vlieg had zich nog niet verplaatst. Ik zette het glas over de vlieg, schoof de Belastingdienst eronder - ik open nooit zulke enveloppen - en ving de vlieg in het glas.
Samen liepen we de tuin in. Ik schoof de envelop van het glas, de vlieg kroop naar de rand en besloot toen vriendelijk weg te zoemen. Ja, ik laat alles dat leeft, leven. Ik meende zelfs dat hij nog even achterom keek en vrolijk knipperde met zijn facetoog. Ook zwaaide hij met zijn vleugeltje en wuifde met zijn linker achterpootje. Maar ik kan het me verbeeld hebben hoor.

Ome Beertje is een echte dierenvriend!
BeantwoordenVerwijderenDank u!
VerwijderenHij heet ook niet voor niks Beertje.
BeantwoordenVerwijderenMe dunkt
Verwijderen